dinsdag 7 april 2026

bias

Het verbaast mij nog altijd regelmatig hoe lang het duurt voordat nieuwe informatie door gedrongen zijn in onze modellen van wat normaal is en aanvaardbaar. Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met de psychiatrie dachten we nog dat post traumatisch stresssyndroom (ptss) exclusief toe kon behoren aan mannen die vanuit de oorlog zwaar aangeslagen terugkeerden. Ik zeg nadrukkelijk aangeslagen, omdat er iets in de hersenen gebeurt en echt verandert bij het zien, ondergaan en moeten toebrengen van zoveel geweld. Bepaalde delen van de hersenen slaan aan en blijven dat ook. Niet bij iedereen en inmiddels is er steeds meer inzicht om de blijvende verandering te voorkomen. Maar ook die blijvende verandering in de hersenen kan weer herstellen, vanwege neuroplasticiteit. Aangeslagen, maar niet beschadigd dus.

Destijds was al wel bekend dat ptss veel vaker voorkomt dan algemeen aangenomen werd. Een enkele vooruitstrevende en open minded psychiater en neuropsycholoog kwam in de negentiger jaren al met het voorstel de diagnoses aan te passen. Wat niet van hem werd overgenomen. Inmiddels begint het eindelijk door te dringen binnen psychiatrische kringen dat trauma aan de basis ligt van veel symptomen die ondergebracht worden in aandoeningen zoals omschreven in de DSM. Wat mij betreft is die hele lijst bullshit, en idd nergens wetenschappelijk. Slechts een verzameling symptomen bij elkaar genomen en dat noemen we dan - vul zelf maar in - (ziek, gestoord, abnormaal, afwijkend, of iets anders nog). 

Ik moet nu denken aan een experiment wat ze eens deden binnen een psychiatrische afdeling met 8 nieuwe patiënten. Deze personen hadden geen enkele diagnose, waren gezond verklaard, maar kregen op papier een diagnose mee bij binnenkomst. Als test of ze eruit gepikt zouden worden als gezond of normaal. Alles wat ze deden werd toegeschreven aan hun ziektebeeld door het verplegend personeel. Maakte niet uit wat ze deden. De al zittende "patiënten" echter doorzagen het experiment en wisten precies welk gedrag wel of niet bij bepaalde "aandoeningen" pasten. Opmerkelijk, op zijn zachtst gezegd.

Het geeft te denken over bias, dat je altijd bewijzen zult vinden voor datgene waar je stellig van overtuigd bent en dan niet meer open staat voor andere mogelijkheden en verklaringen. Maar ook over hoe "ziek" de personen waren die er al onder behandeling waren. Hoe zij blijkbaar nog wel ruimte hadden voor andere verklaringen dat die ze voorgeschoteld kregen. Dat niet slikten voor zoete koek.

Een andere observatie waar een oud collega me eens op wees: psychiatrische aandoeningen komen nooit voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Dat mes kan aan twee kanten snijden: interpreteren we de symptomen als een andere aandoening of komen de symptomen inderdaad niet in de bekende vorm voor? Of iets anders nog? 

Collega had toen de conclusie: vooral intelligente mensen krijgen psychiatrische aandoeningen. Zelf heb ik vastgesteld tijdens mijn werk met mensen met ernstige verstandelijke beperkingen, dat ook zij getraumatiseerd raken. Ook zij kunnen overvraagd raken door overweldigende ervaringen. Wellicht meer nog omdat ze afhankelijker zijn van anderen door hun handicap. Zij kunnen zich echter niet zo goed uitdrukken waardoor veel symptomen over het hoofd gezien worden. Of misschien willen we dat gewoonweg niet weten.

Anyways, ik dwaal af van waar ik eigenlijk over wilde schrijven. Dat ging over hoe hopeloos achterhaald veel van onze modellen zijn, waarmee we de wereld en de verschijningsvormen er in verklaren. Dat zal op een later moment zeker nog voorbij komen, schat ik zo.




dissociatie

Mijn ervaring met dissociatie is nogal ruim. Hoewel ik pas sinds een jaar of 5 weet dat het zo heet. In neurobiologische kringen zie ik steeds meer artikelen verschijnen waarin dissociëren genormaliseerd wordt. Gelukkig, en dat werd tijd. 

Iedereen kent wel het fenomeen van achter het stuur zitten en na een tijdje vaststellen dat je een stuk van de rit gemist hebt. Zo in gedachten verzonken dat je op de automatische piloot rijdt bijvoorbeeld en niet met volle aandacht bij de rit geweest. De rit niet bewust gemaakt, vooral omdat dat niet nodig was.

Onder meer het default mode netwerk in je hersenen slaat dan aan, samen met andere delen van de hersenen die bewegingen aansturen. Bij gebrek aan interessante prikkels om te verwerken kan dit gebeuren, of omdat je moe bent bijvoorbeeld. Een lichte en heel normale vorm van dissociëren. 

Naarmate we meer overvraagd worden, de hersenen veel nieuwe of moeilijke prikkels te verwerken krijgen, kan er ook dissociatie optreden, maar dan als beschermingsmechanisme. In meer of mindere mate. Het gewaarworden wordt dan als het ware uit de ervaring van het lichaam geduwd. Het autonoom zenuwstelsel neemt dit besluit als vanzelf als het systeem overvraagd wordt. Het gebeurt zonder dat we er bewust voor kiezen.

Ik kwam er op enig moment achter dat er sprake was van derealisatie, bijna structureel, als ik me onder mensen bevond. Vooral in grotere groepen en druktes. Denk aan markten of de kermis. Dan was het alsof alles achter glas plaatsvond, ik kon mijn arm uitsteken, maar dan nog zou ik de mensen niet aan kunnen raken, zo ervaarde ik dat dan. Waar ik met mijn gedachten was, kon verschillen, maar was doorgaans niet bij de situatie waar ik me letterlijk in bevond. Met mijn gewaarwording was ik totaal ergens anders dan de situatie waar mijn lichaam zich in bevond. Dat voelde ik niet meer. In één op één gesprekken had het meer de vorm van depersonalisatie, dan kon ik mezelf horen praten en me afvragen hoe het kwam dat ik dit zei. Alsof het lichaam zelf die keuzes genomen had.

Ons lichaam is ingenieus in elkaar gezet. Men zegt - geen idee of dit absoluut zo is - dat alleen mensen in staat zijn om te dissociëren. Alle andere zoogdieren hebben net als wij alle andere vormen van reageren op gevaar, behalve deze éne. Wel is duidelijk dat het default mode netwerk van onze hersenen bestaat uit drie grote samenwerkende clusters, waaronder delen van de prefrontale cortex en dieper gelegen delen van de hersenen. Deze clusters heb je nodig voor zelfreflectie, innerlijke dialoog, betekenisgeving, perspectief nemen en mentale tijdreizen.

Kortom: alles wat nodig is voor uitzoomen en vanuit meta een perspectief innemen. 

Verhalen van mensen die in overweldigende situaties melding maken van uit het lichaam gaan en andere perspectieven krijgen, zijn hiermee direct verklaard. Ikzelf kwam ook in ander perspectief terecht, inderdaad meer meta, maar daarmee was voor mij niet direct vanzelfsprekend dat ik tegelijk ook inzicht kreeg in wat de betekenis was van de overweldiging in deze situatie. Veelal ging ik gewoon naar andere plekken die "veiliger" voor me waren. Wat had het mij geholpen als ik bovenstaande eerder geweten had. Dan was ik er wellicht veel eerder toe gekomen om te overzien wat er nou eigenlijk precies gebeurde en hoeveel angst ik had opgebouwd in de loop van mijn leven. Maar dat geldt voor veel meer zaken, en dat is voer voor een ander blog.

Overigens is de materialistisch reductionistische benadering niet verklarend voor het bewustzijn zelf, in de zin van dat het bewustzijn voortkomt uit de hersenen. Dat paradigma is er nog wel, maar stort steeds verder in elkaar door alle opstapelend bewijs bij bijvoorbeeld nabij-de-dood-ervaringen (NDE's). Eerder is het andersom: het bewustzijn is er al en de hersenen zenden en ontvangen signalen vanuit alle kanten en verwerken die naar bruikbaarheid in het dagelijks leven. Ze zijn onze interface met het praktische leven van alledag.

bias

Het verbaast mij nog altijd regelmatig hoe lang het duurt voordat nieuwe informatie door gedrongen zijn in onze modellen van wat normaal is ...