woensdag 15 april 2026

Coherentiekunde

Toen ik in 2023 startte met de opleiding tot psychomotorisch therapeut, moest ik ergens stage gaan lopen. Na enig speurwerk werd dat de organisatie hier in de buurt gespecialiseerd in slaapstoornissen en epilepsie. Ik kwam terecht op de dagbesteding voor mensen met ernstige meervoudige beperkingen, in het zg gedragscluster, oftewel mensen die met een mooi nieuw woord moeilijk verstaanbaar gedrag vertonen.

Eén van de bewoners met wie ik één op één mocht werken was Jelmer (fictieve naam voor de privacy). Hij vertoonde automutilerend gedrag, sloeg zichzelf en trok zichzelf aan de haren en schreeuwde veel. Jelmer woonde nog maar kort in één van de woningen op het terrein, kwam van een andere organisatie af, waar hij het "niet zo goed deed".

Al snel vielen me dingen op zowel aan het gedrag van Jelmer als aan d eopmerkingen die over hem gedaan werden door begeleiding. Zo zou hij zichzelf slaan om zichzelf prikkels toe te dienen als hij daar een gebrek aan ervaarde: het slaan is niet negatief, maar dat doet hij om prikkels te ervaren. Bij mij sloegen direct alarmbellen aan: dit klopt niet.

Nieuwsgierig dook ik in zijn dossier en vond een si-verslag waarin één en ander stond uitgelegd. Meteen werd duidelijk dat de begeleiding één en ander nogal kort door de bocht toepaste. Tegelijkertijd was mij ook nog erg onduidelijk wat precies ten grondslag aan zijn gedrag. Ik ging met hem aan de slag. Ontdekte al vrij snel dat hij in mijn één op één sessies geen automutilerend gedrag vertoonde. Ik kwam er achter dat hij heel erg leerbaar was, dingen kon onthouden die we een keer eerder hadden geoefend.

Ik ging met mijn bevindingen in gesprek met de orthopedagoog. Zij stond open voor mijn bevindingen, maar was wel de deskundige op gebied van gedrag. Zij vond Jelmer een ontwikkelingsleeftijd hebben van een half jaar. Dat kon ik in het geheel niet rijmen met zijn leerbaarheid en wat hij allemaal mee kreeg van gesprekken om hem heen. Maar het probleem bij Jelmer was, dat hij niet echt kon praten. Hij had enkele woorden tot zijn beschikking, die ook nog eens moeilijk te verstaan waren. Aan zijn gehoor mankeerde echter helemaal niets.

Ik werd zijn spreekbuis. Het werd mij duidelijk dat Jelmer traumaresponsen vertoonde in bepaalde situaties. Met zijn gedrag liet zien hoe overprikkeld hij raakte, hoe angstig hij werd en dat er iets echt in de weg zat. Met de orthopedagoog kwam ik echter niet verder, we verschilden te erg van mening.

Mijn hoop was gevestigd op de regie-activiteitenbegeleidster, met vele jaren praktijkervaring en gevoelig oog voor de individuele mens. Zowel bewoners als collega's had zij snel in het vizier. Ik vroeg haar eens mee te kijken als ik met Jelmer aan het werk was, hoe fijn hij nabijheid kon ervaren, hoe we in dialoog kwamen en hoe we samenwerkten. En vroeg haar dit te vergelijken met de dagelijks gang van zaken binnen de groep. Ik gaf haar daarbij mijn observaties mee van de houding van begeleiders en wees haar op rapportages. Ze was verbijsterd door Jelmer's gedrag. En ik opgelucht dat ze het zag. Ik kan nog ontroerd raken als ik er aan denk. Dit was één van mijn meest dankbare "klussen" en één waar ik erg trots op ben.

Het werd het begin van een nieuwe aanpak. Later heb ik hrv-metingen gedaan tijdens interveties, dit voor een opdracht voor school, waarmee ik zelfs "harde data" kon gebruiken om mijn punten te onderbouwen. Het meten van hart-coherentie werd dit door een collega genoemd, wat niet helemaal klopte, maar ze begreep wel waar ik mee bezig was. Ook dit werd waardevol gevonden, ik werd gevraagd om metingen te doen bij enkele andere bewoners en hun gedrag in kaart te brengen gecombineerd met vermoeden van welbevinden. Ze konden allemaal niet praten.

Mijn meerwaarde zit 'm dan in dat ik breder kijk, meer organisch. Kennis meenemend en die combineren met onderstromen die voelbaar zijn, maar soms heel lastig hard te maken. Micro-expressies, zien wat zich toont zonder verhaal erbij, metafysisch en voelend weten, gecombineerd met mijn vermogen om coregulerend op te treden en hoe gedrag zich dan laat zien. 

Het is gelukt om diverse collega's daar te overtuigen van mijn kundigheid op dit vlak, ook al laat zich dat niet in een bekend beroep vangen, zoals orthopedagoog. De meeste deskundigen hebben een afgescheiden domein waarbinnen ze werken, voor mij is juist de onderlinge samenhang van het grootste belang om een vollediger beeld te krijgen en tot nieuwe antwoorden te komen, die meer structureel helpen. 

Eén van de collega's zei me op enig moment: dat ze hier maar een functie van maken, en je op meer plaatsen ingezet kan worden. Ik was ten slotte op dat moment nog stagiaire, en bijna klaar met mijn jaar-stage. Dat zag ik wel zitten, maar dacht ook dat hier geen "geld" voor zou zijn (lees: vrijgemaakt worden). Vooral binnen die sector in de zorg waar het meest in bezuinigd moet worden: de gehandicaptenzorg. Groot was mijn verbazing toen ze enkele maanden later met het verzoek kwamen om met drie andere bewoners aan het werk te gaan en hun gedrag in kaart te brengen, om zo tot een beter zorg-aanbod te komen. Zo rolde ik als vanzelf in een specialisatie die vraagt om een eigen naam.

dinsdag 14 april 2026

Elasticiteit

"Je verandert dingen nooit door tegen een bestaande realiteit te vechten. Beter bouw je iets nieuws dat het bestaande systeem overbodig maakt." Een quote van futurist Buckminster Fuller. 

Samen met AI was ik aan het brainstormen gegaan over passende tekst waarin ik mijn unieke kwaliteiten omschrijf. AI vond het niet moeilijk en ik was wel content met de uitkomst. Toch voelde het niet als mijn tekst en vroegen er intern nog wat zaken om aandacht.

Ik werk als beweegdocent, geef stoelyoga, stoeldans en dansworkshops. De stoelyoga en stoeldans geef ik aan groepen senioren, sommigen daarvan met enige beperking. We doen dit in een kring. Ik ben me erg bewust van de neurobiologische effecten hiervan, en kies hier dus bewust voor. Zowel de voordelige effecten als de risico's die er in schuilen zijn me bekend.

Wanneer mensen om je heen hetzelfde ritme, tempo of gedrag hebben, leest het autonoom zenuwstelsel dat als voorspelbaar en dus veilig. Dat wordt binnen de polyvagaaltheorie ook wel neuroceptie genoemd. Het meeste opmerken daarvan gaat onder het waakbewustzijn door, reflexmatig. De kring zorgt ervoor dat je elkaar kunt aankijken, je kunt contact maken en elkaars gezichten zien. Ook dat geeft signalen, en hopelijk dus veilige. Afgestemd raken op elkaar. Coherent bewegen en handelen geeft ons een gevoel van veiligheid. Puur fysiologisch gezien. Het geeft ons zenuwstelsel heel impliciet de boodschap dat we "erbij horen".

Ik vind het belangrijk om aan de groepen en tijdens de lessen te blijven benadrukken dat ieder zijn eigen bewegingen mag maken. Er zijn geen voorwaarden aan het type bewegingen om deel te zijn van de groep en er bij te horen. 

Het komt wel eens voor dat iemand een opmerking maakt over de beweging die een groepslid maakt. Ik maak daar korte metten mee, in mijn groepen is er ruimte voor individuele interpretatie van wat we als groep ons ten doel hebben gesteld. Dat doel is samen bewegen in een sfeer van veiligheid.

Precies dit is het punt waarop het steeds misgaat in onze huidige samenleving. Ik heb mij afgevraagd waarom dit gebeurt structureel en ook waarom mij dat zo sterk opvalt. Als er geen ruimte meer is voor het individuele uitdrukken van waarheden, als het belang van de groep voor gaat op het belang van het individu, dan gaat het mis. In alle oorlogen komt dit weer naar voren. In de covidperiode werd het zelfs bewust ingezet. Groepen tegen elkaar opgezet. Het collectivisme gevoed.

Ik ben me sterk bewust van dit balanceren op die grens van verbinding en synchronie versus groepsrigiditeit en conformiteitsdruk. Waar gaat verbinding over in rigiditeit en verdwijnt de ruimte voor synchrone co-regulatie: daar waar de eigen invulling van het individu niet meer toegestaan is.

Het vraagt dus om elasticiteit, dit spanningsveld tussen verbinding en autonomie. Ik vroeg aan AI wie ook weer die uitspraak deed dat deze balans tussen autonomie en verbinding de grootste uitdaging is voor de mens en de mensheid. Daarvan zei het dat er geen eenduidige beroemde bron is die dat zo zegt. Misschien was ik het zelf wel dan.






maandag 13 april 2026

Bewustzijnshygiëne

Ik was druk in overleg met AI over passende tekst om mijn dierbaarste (maar soms voor mij nog moeilijk te verwoorden) kwaliteiten te kunnen pitchen in één of twee zinnen. Een kort pauze om even al het gezegde te laten doorsijpelen, kwam daar ineens het woord bewustzijnshygiëne voorbij. Wat een mooi woord om mee te nemen, schoot door me heen.

Plompverloren gooide ik het woord de conversatie in en AI kwam meteen met het hoe en waarom dit woord naadloos aansloot. Dat was me al duidelijk, maar dat talig maken kan AI beter dan ik, zo is gebleken. Het wist daar inderdaad wel raad mee.

Hygiëne, om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van mijn innerlijke ruimte geborgd blijft. Het is belangrijk gebleken. Afgelopen dagen ben ik bezig geweest met het in kaart brengen van alles wat me geholpen heeft mijn bewustzijn te vergroten, te verbreden of te verdiepen gedurende mijn volwassenheid. Bij elkaar gebracht in een boekje op agendaformaat. Steekwoorden als referentiepunt om de aandacht mee te richten in het betreffende onderwerp. Denk aan systemisch werk, Akasha, werken met deelaspecten van jezelf, synchroniciteit en hoe dat toe te passen. En zo nog vanalles. 

zaterdag 11 april 2026

Fractals

Toen ik voor de dans-minor mijn eindpresentatie met dans moest voorbereiden wist ik meteen wat ik met de dans zou gaan doen: ik zou de 5 ritmes gaan dansen. Dit is een energieke body-mind bewegingsvorm met 5 verschillende kwaliteiten van bewegen en dans. De muziek is op de ritmes aangepast en als vanzelf kunnen we tot verschillende manieren van zelfexpressie komen.

De volgorde van deze 5 ritmes is ooit bedacht door Gabriëlla Roth. Of tot haar gekomen. Dit laatste zeg ik expliciet omdat mij steeds meer duidelijk is geworden dat bepaalde schema's en indelingen over elkaar heen te leggen zijn, terwijl ze op het eerste oog in de verste verte niet op elkaar lijken.

Vóór mijn ontdekking van de 5 ritmes, waar ik meteen enorme fan van was toen ik deze voor het eerst danste, omdat ik er door in een verhaal terecht kwam, was ik al langer fan van de monomythe: de reis van de held. Door Joseph Campbell opgetekend in zijn boek de Held met de 1000 gezichten. Hij onderzocht vele legenden, mythen en sagen van over de hele wereld en ontdekte daarin een terugkerende volgorde van fasen.

Je raadt het wellicht al: deze volgorde is één op één te matchen met die van de 5 ritmes van Gabriëlla Roth. Eén van de docenten aan wie ik de 5ritmes aanbood tijdens een workshop wees aan hoe de volgorde ook matcht met onze jaren van opgroeien tot volwassenheid. Inderdaad. 

Hetzelfde fenomeen van modellen en indelingen herkennen doet zich al langer voor in mijn leven, en onlangs kwam het begrip de fractals weer voorbij. Mijn interesse brengt mij van filosofie naar kwantumfysica, van neurobiologie naar esoterie en terug naar het leven van alledag. Ik hou er van modellen, zienswijzen en methoden uit te proberen, altijd hongerig naar nieuwe info of nieuwe gezichtspunten. 

Het komt wel eens voor dat ik moet vaststellen dat iets niet nieuw is, maar het komt toenemend voor dat iets wel nieuw lijkt en me aanspreekt, maar dat later blijkt dat het model zelf niet nieuw is, maar alleen de uiterlijke verschijningsvorm ervan anders is dan wat ik al ken.

In fractaltermen is het dan anders van grootte of kleur. Niet iedereen zal meteen zien of vinden dat de reis van de mythische held en de 5ritmes hetzelfde zijn, maar in de kern doorlopen zowel de held als de danser dezelfde fasen met vergelijkbare kwaliteit van leven/bewegen. Deze kan ik vrij gemakkelijk uitleggen. Soms echter zie ik overeenkomsten die zich wat lastiger laten vertalen naar tekst.

Ik heb mij afgevraagd wat de meerwaarde is van dit zien en herkennen. En mijn fascinatie ervoor. Zoals ik opnieuw gefascineerd vaststel dat onze natuur doordrenkt is van herhaling van patronen, maar dan steeds kleiner of steeds groter - al naar gelang je punt van vertrek. Omdat ik deze fascinatie graag wil omzetten naar een bruikbare dienst voor anderen. 

Biddy

Vorig jaar zomer had een jonge zwerfkat haar nestje met drie kittens gestationeerd in de lege ruimte onder mijn houten huisje. Ik kwam er achter toen de kittens groot genoeg waren om zelf tevoorschijn te komen. Een week of 6/7 waren ze toen. Na wat heen een weer gezeur van mijn kant: wel of niet proberen groot te brengen, besloot ik moeder en haar kroost te laten ophalen door de dierenambulance. Ik had toen een week of 4 voor hen gezorgd, vooral voor moeder. De kleintjes waren toen al te weinig gewend aan mensenhanden en schoten weg als ik ze probeerde aan te raken.

Het duurde niet lang voor ik de gezelligheid van al dat gedoe begon te missen, en in mezelf de wens uitsprak om toch weer een kat voorbij te zien komen. Slechts enkele weken later meldde zich een andere kat, ook een moeder, zo zou al snel blijken.

Ik ben niet opgegroeid met huisdieren, behalve guppies op mijn eigen slaapkamer. Ik was de enige in het gezin die daar interesse in leek te hebben. Mijn ervaring met katten is gering, maar toch voelde ik al snel deze zwerfkat aan. Ze lijkt op mij. Ze spiegelde mij. Bijvoorbeeld in haar voorzichtigheid met mensen en haar trouwe terug komen toen ze eenmaal besloten had dat ik te vertrouwen was. Maar ook in haar neiging om te zwerven. Ze leek het prima te vinden om dagen weg te blijven, en dan trof ik haar zomaar ineens zittend op de veranda aan als ik thuis kwam. Al gauw herkende ze het geluid van mijn auto en kwam aanrennen als ik eraan kwam. We raakten aan elkaar gehecht en we voelden elkaar onrust aan. Dan ging ze al gauw weer bij de deur zitten en glipte naar buiten zo gauw ze kon.

We hielpen elkaar de winter door. Tot ze enkele dagen wegbleef en ik haar niet kon "voelen". Alsof ze helemaal weg was. Op de vierde dag stond ze weer voor de deur. Niks aan de hand.

Vanaf daar merkte ik soms dat ze zich wat anders gedroeg, in heel subtiele signalen, maar afgestemd als we op elkaar waren werd het me ineens duidelijk: ze was weer zwanger. Dat moest toen zijn gebeurd, in die dagen dat ze helemaal weg was. Opnieuw heen en weer gezeur aan mijn kant en het besluit de dierenambulance in te schakelen. Ik was niet in de gelegenheid om in deze situatie volledig voor haar te zorgen. Ik liet haar ophalen. Heb me schuldig gevoeld, haar gemist en wist ook dat ik het juiste besluit had genomen. Maar ze bleef maar door mijn hoofd spoken.

Als er iets om aandacht blijft vragen, dan is het handig gebleken om het die aandacht dan ook te geven. De kat had een boodschap voor mij, die me vandaag ineens duidelijk werd door het schrijven van Mandy. Ook ik kijk terug op goed herinneringen uit de tijd dat we van alles ontdekten over bewustzijn, gidsen, creatie en aanverwante onderwerpen. 

Vandaag kreeg ik een foto van haar en haar 4 kleintjes door gestuurd toen ik naar haar informeerde bij de dierenambulance. 


dinsdag 7 april 2026

bias

Het verbaast mij nog altijd regelmatig hoe lang het duurt voordat nieuwe informatie door gedrongen zijn in onze modellen van wat normaal is en aanvaardbaar. Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met de psychiatrie dachten we nog dat post traumatisch stresssyndroom (ptss) exclusief toe kon behoren aan mannen die vanuit de oorlog zwaar aangeslagen terugkeerden. Ik zeg nadrukkelijk aangeslagen, omdat er iets in de hersenen gebeurt en echt verandert bij het zien, ondergaan en moeten toebrengen van zoveel geweld. Bepaalde delen van de hersenen slaan aan en blijven dat ook. Niet bij iedereen en inmiddels is er steeds meer inzicht om de blijvende verandering te voorkomen. Maar ook die blijvende verandering in de hersenen kan weer herstellen, vanwege neuroplasticiteit. Aangeslagen, maar niet beschadigd dus.

Destijds was al wel bekend dat ptss veel vaker voorkomt dan algemeen aangenomen werd. Een enkele vooruitstrevende en open minded psychiater en neuropsycholoog kwam in de negentiger jaren al met het voorstel de diagnoses aan te passen. Wat niet van hem werd overgenomen. Inmiddels begint het eindelijk door te dringen binnen psychiatrische kringen dat trauma aan de basis ligt van veel symptomen die ondergebracht worden in aandoeningen zoals omschreven in de DSM. Wat mij betreft is die hele lijst bullshit, en idd nergens wetenschappelijk. Slechts een verzameling symptomen bij elkaar genomen en dat noemen we dan - vul zelf maar in - (ziek, gestoord, abnormaal, afwijkend, of iets anders nog). 

Ik moet nu denken aan een experiment wat ze eens deden binnen een psychiatrische afdeling met 8 nieuwe patiënten. Deze personen hadden geen enkele diagnose, waren gezond verklaard, maar kregen op papier een diagnose mee bij binnenkomst. Als test of ze eruit gepikt zouden worden als gezond of normaal. Alles wat ze deden werd toegeschreven aan hun ziektebeeld door het verplegend personeel. Maakte niet uit wat ze deden. De al zittende "patiënten" echter doorzagen het experiment en wisten precies welk gedrag wel of niet bij bepaalde "aandoeningen" pasten. Opmerkelijk, op zijn zachtst gezegd.

Het geeft te denken over bias, dat je altijd bewijzen zult vinden voor datgene waar je stellig van overtuigd bent en dan niet meer open staat voor andere mogelijkheden en verklaringen. Maar ook over hoe "ziek" de personen waren die er al onder behandeling waren. Hoe zij blijkbaar nog wel ruimte hadden voor andere verklaringen dat die ze voorgeschoteld kregen. Dat niet slikten voor zoete koek.

Een andere observatie waar een oud collega me eens op wees: psychiatrische aandoeningen komen nooit voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Dat mes kan aan twee kanten snijden: interpreteren we de symptomen als een andere aandoening of komen de symptomen inderdaad niet in de bekende vorm voor? Of iets anders nog? 

Collega had toen de conclusie: vooral intelligente mensen krijgen psychiatrische aandoeningen. Zelf heb ik vastgesteld tijdens mijn werk met mensen met ernstige verstandelijke beperkingen, dat ook zij getraumatiseerd raken. Ook zij kunnen overvraagd raken door overweldigende ervaringen. Wellicht meer nog omdat ze afhankelijker zijn van anderen door hun handicap. Zij kunnen zich echter niet zo goed uitdrukken waardoor veel symptomen over het hoofd gezien worden. Of misschien willen we dat gewoonweg niet weten.

Anyways, ik dwaal af van waar ik eigenlijk over wilde schrijven. Dat ging over hoe hopeloos achterhaald veel van onze modellen zijn, waarmee we de wereld en de verschijningsvormen er in verklaren. Dat zal op een later moment zeker nog voorbij komen, schat ik zo.




dissociatie

Mijn ervaring met dissociatie is nogal ruim. Hoewel ik pas sinds een jaar of 5 weet dat het zo heet. In neurobiologische kringen zie ik steeds meer artikelen verschijnen waarin dissociëren genormaliseerd wordt. Gelukkig, en dat werd tijd. 

Iedereen kent wel het fenomeen van achter het stuur zitten en na een tijdje vaststellen dat je een stuk van de rit gemist hebt. Zo in gedachten verzonken dat je op de automatische piloot rijdt bijvoorbeeld en niet met volle aandacht bij de rit geweest. De rit niet bewust gemaakt, vooral omdat dat niet nodig was.

Onder meer het default mode netwerk in je hersenen slaat dan aan, samen met andere delen van de hersenen die bewegingen aansturen. Bij gebrek aan interessante prikkels om te verwerken kan dit gebeuren, of omdat je moe bent bijvoorbeeld. Een lichte en heel normale vorm van dissociëren. 

Naarmate we meer overvraagd worden, de hersenen veel nieuwe of moeilijke prikkels te verwerken krijgen, kan er ook dissociatie optreden, maar dan als beschermingsmechanisme. In meer of mindere mate. Het gewaarworden wordt dan als het ware uit de ervaring van het lichaam geduwd. Het autonoom zenuwstelsel neemt dit besluit als vanzelf als het systeem overvraagd wordt. Het gebeurt zonder dat we er bewust voor kiezen.

Ik kwam er op enig moment achter dat er sprake was van derealisatie, bijna structureel, als ik me onder mensen bevond. Vooral in grotere groepen en druktes. Denk aan markten of de kermis. Dan was het alsof alles achter glas plaatsvond, ik kon mijn arm uitsteken, maar dan nog zou ik de mensen niet aan kunnen raken, zo ervaarde ik dat dan. Waar ik met mijn gedachten was, kon verschillen, maar was doorgaans niet bij de situatie waar ik me letterlijk in bevond. Met mijn gewaarwording was ik totaal ergens anders dan de situatie waar mijn lichaam zich in bevond. Dat voelde ik niet meer. In één op één gesprekken had het meer de vorm van depersonalisatie, dan kon ik mezelf horen praten en me afvragen hoe het kwam dat ik dit zei. Alsof het lichaam zelf die keuzes genomen had.

Ons lichaam is ingenieus in elkaar gezet. Men zegt - geen idee of dit absoluut zo is - dat alleen mensen in staat zijn om te dissociëren. Alle andere zoogdieren hebben net als wij alle andere vormen van reageren op gevaar, behalve deze éne. Wel is duidelijk dat het default mode netwerk van onze hersenen bestaat uit drie grote samenwerkende clusters, waaronder delen van de prefrontale cortex en dieper gelegen delen van de hersenen. Deze clusters heb je nodig voor zelfreflectie, innerlijke dialoog, betekenisgeving, perspectief nemen en mentale tijdreizen.

Kortom: alles wat nodig is voor uitzoomen en vanuit meta een perspectief innemen. 

Verhalen van mensen die in overweldigende situaties melding maken van uit het lichaam gaan en andere perspectieven krijgen, zijn hiermee direct verklaard. Ikzelf kwam ook in ander perspectief terecht, inderdaad meer meta, maar daarmee was voor mij niet direct vanzelfsprekend dat ik tegelijk ook inzicht kreeg in wat de betekenis was van de overweldiging in deze situatie. Veelal ging ik gewoon naar andere plekken die "veiliger" voor me waren. Wat had het mij geholpen als ik bovenstaande eerder geweten had. Dan was ik er wellicht veel eerder toe gekomen om te overzien wat er nou eigenlijk precies gebeurde en hoeveel angst ik had opgebouwd in de loop van mijn leven. Maar dat geldt voor veel meer zaken, en dat is voer voor een ander blog.

Overigens is de materialistisch reductionistische benadering niet verklarend voor het bewustzijn zelf, in de zin van dat het bewustzijn voortkomt uit de hersenen. Dat paradigma is er nog wel, maar stort steeds verder in elkaar door alle opstapelend bewijs bij bijvoorbeeld nabij-de-dood-ervaringen (NDE's). Eerder is het andersom: het bewustzijn is er al en de hersenen zenden en ontvangen signalen vanuit alle kanten en verwerken die naar bruikbaarheid in het dagelijks leven. Ze zijn onze interface met het praktische leven van alledag.

Coherentiekunde

Toen ik in 2023 startte met de opleiding tot psychomotorisch therapeut, moest ik ergens stage gaan lopen. Na enig speurwerk werd dat de orga...