Eén van de eerste boeken die ik las over bewuste creatie was het reisverslag van Baird T. Spalding, vertaald naar het Nederlands met de titel: Meesters van het verre Oosten. Het bestaat uit 6 delen en gaat over een reis van een gezelschap naar Tibet en India, al waar ze onsterfelijke meesters ontmoeten en van hen leren over bewustzijn, bron zijn en bewuste creatie.
Er zijn mensen die er moeite mee hebben dat in dit boek niet expliciet duidelijk wordt of de expeditie werkelijk heeft plaats gevonden en dan roepen dat het "slechts" fictie is en daarmee "dus" niet waar. Voor mij worden er daarmee twee dingen door elkaar gehaald. Het raakt aan de vraag of de historische figuur Jezus van Nazareth werkelijk op aarde heeft rondgelopen en de wonderen verrichtte die in de bijbel vermeld staan. Moeilijk om vanaf deze plek te achterhalen, want we stonden er niet naast en kunnen het dus niet zeker weten. Maar kan dat wat deze mens in het verhaal allemaal presteerde daarmee dan dus onmogelijk werkelijkheid worden of zijn? Dat is de vraag. Naast de vraag of er nog meer manieren zijn om iets "waar" te laten zijn.
In het boek zijn de meesters in staat om allerlei natuurkundige wetmatigheden te omzeilen. Collectieve overtuigingen en ingebouwde regels voor hoe het leven in deze realiteit werkt. Met ingebouwd bedoel ik bijvoorbeeld de gang van zaken in ons lichaam. Zwaartekracht en hoe dat invloed op ons heeft. Hoe de cellen in ons lichaam samenwerken. Noem maar op. In de bijbel staan voorbeelden van Jezus die loopt over water. Kan dit mogelijk zijn? Er zijn heden ten dagen mensen die geen voedsel meer tot zich nemen en goed blijven functioneren. Zij leven van prana. Kan dit mogelijk zijn?
Ik denk van wel. We kunnen ons afvragen of we eigenlijk wel überhaupt kunnen weten hoe absoluut iets werkt, we stellen vast hoe iets werkt op basis van wat we tegen komen als we het onderzoeken. Daarmee is dan niet bewezen of het niet op andere manier ook zou kunnen werken. Of we mogelijk iets kunnen initiëren zonder dat we ons bezig houden met al het collectieve wat we met de paplepel hebben binnen gekregen.
Toen ik in aanraking kwam met de inzichten over het relatieve karakter van onze werkelijkheid en dat echt had kunnen aanvaarden, kwam als vanzelf de vraag op in hoeverre ik mee wilde doen met het collectief. En wat er voor nodig zou zijn om bijvoorbeeld zaken als natuurkundige wetmatigheden te omzeilen. Om te kunnen lopen over water. Of instant manifestatie te realiseren. Me daar bewust mee bezig houden heeft niet mijn voorkeur. Het zal ongetwijfeld een beperkende overtuiging zijn, maar ik heb de indruk dat ik daarvoor teveel collectief aanvaardde - en daarmee ook als vanzelf in mijn lichaam ingebouwd bijvoorbeeld - zaken zou moeten veranderen. In plaats daarvan wil ik wel graag alles weten over wat die wetmatigheden dan zouden zijn volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten en hoe ik daarmee in harmonie kan leven en bewegen.
Toch blijft het me bezig houden, en komt er als vanzelf weer een jubelgevoel op als ik dat boek weer eens tevoorschijn haal en me voorstel hoe het kan zijn als we wat stappen verder gezet hebben in onze evolutie.