Eén van de bewoners met wie ik één op één mocht werken was Jelmer (fictieve naam voor de privacy). Hij vertoonde automutilerend gedrag, sloeg zichzelf en trok zichzelf aan de haren en schreeuwde veel. Jelmer woonde nog maar kort in één van de woningen op het terrein, kwam van een andere organisatie af, waar hij het "niet zo goed deed".
Al snel vielen me dingen op zowel aan het gedrag van Jelmer als aan d eopmerkingen die over hem gedaan werden door begeleiding. Zo zou hij zichzelf slaan om zichzelf prikkels toe te dienen als hij daar een gebrek aan ervaarde: het slaan is niet negatief, maar dat doet hij om prikkels te ervaren. Bij mij sloegen direct alarmbellen aan: dit klopt niet.
Nieuwsgierig dook ik in zijn dossier en vond een si-verslag waarin één en ander stond uitgelegd. Meteen werd duidelijk dat de begeleiding één en ander nogal kort door de bocht toepaste. Tegelijkertijd was mij ook nog erg onduidelijk wat precies ten grondslag aan zijn gedrag. Ik ging met hem aan de slag. Ontdekte al vrij snel dat hij in mijn één op één sessies geen automutilerend gedrag vertoonde. Ik kwam er achter dat hij heel erg leerbaar was, dingen kon onthouden die we een keer eerder hadden geoefend.
Ik ging met mijn bevindingen in gesprek met de orthopedagoog. Zij stond open voor mijn bevindingen, maar was wel de deskundige op gebied van gedrag. Zij vond Jelmer een ontwikkelingsleeftijd hebben van een half jaar. Dat kon ik in het geheel niet rijmen met zijn leerbaarheid en wat hij allemaal mee kreeg van gesprekken om hem heen. Maar het probleem bij Jelmer was, dat hij niet echt kon praten. Hij had enkele woorden tot zijn beschikking, die ook nog eens moeilijk te verstaan waren. Aan zijn gehoor mankeerde echter helemaal niets.
Ik werd zijn spreekbuis. Het werd mij duidelijk dat Jelmer traumaresponsen vertoonde in bepaalde situaties. Met zijn gedrag liet zien hoe overprikkeld hij raakte, hoe angstig hij werd en dat er iets echt in de weg zat. Met de orthopedagoog kwam ik echter niet verder, we verschilden te erg van mening.
Mijn hoop was gevestigd op de regie-activiteitenbegeleidster, met vele jaren praktijkervaring en gevoelig oog voor de individuele mens. Zowel bewoners als collega's had zij snel in het vizier. Ik vroeg haar eens mee te kijken als ik met Jelmer aan het werk was, hoe fijn hij nabijheid kon ervaren, hoe we in dialoog kwamen en hoe we samenwerkten. En vroeg haar dit te vergelijken met de dagelijks gang van zaken binnen de groep. Ik gaf haar daarbij mijn observaties mee van de houding van begeleiders en wees haar op rapportages. Ze was verbijsterd door Jelmer's gedrag. En ik opgelucht dat ze het zag. Ik kan nog ontroerd raken als ik er aan denk. Dit was één van mijn meest dankbare "klussen" en één waar ik erg trots op ben.
Het werd het begin van een nieuwe aanpak. Later heb ik hrv-metingen gedaan tijdens interveties, dit voor een opdracht voor school, waarmee ik zelfs "harde data" kon gebruiken om mijn punten te onderbouwen. Het meten van hart-coherentie werd dit door een collega genoemd, wat niet helemaal klopte, maar ze begreep wel waar ik mee bezig was. Ook dit werd waardevol gevonden, ik werd gevraagd om metingen te doen bij enkele andere bewoners en hun gedrag in kaart te brengen gecombineerd met vermoeden van welbevinden. Ze konden allemaal niet praten.
Mijn meerwaarde zit 'm dan in dat ik breder kijk, meer organisch. Kennis meenemend en die combineren met onderstromen die voelbaar zijn, maar soms heel lastig hard te maken. Micro-expressies, zien wat zich toont zonder verhaal erbij, metafysisch en voelend weten, gecombineerd met mijn vermogen om coregulerend op te treden en hoe gedrag zich dan laat zien.
Het is gelukt om diverse collega's daar te overtuigen van mijn kundigheid op dit vlak, ook al laat zich dat niet in een bekend beroep vangen, zoals orthopedagoog. De meeste deskundigen hebben een afgescheiden domein waarbinnen ze werken, voor mij is juist de onderlinge samenhang van het grootste belang om een vollediger beeld te krijgen en tot nieuwe antwoorden te komen, die meer structureel helpen.
Eén van de collega's zei me op enig moment: dat ze hier maar een functie van maken, en je op meer plaatsen ingezet kan worden. Ik was ten slotte op dat moment nog stagiaire, en bijna klaar met mijn jaar-stage. Dat zag ik wel zitten, maar dacht ook dat hier geen "geld" voor zou zijn (lees: vrijgemaakt worden). Vooral binnen die sector in de zorg waar het meest in bezuinigd moet worden: de gehandicaptenzorg. Groot was mijn verbazing toen ze enkele maanden later met het verzoek kwamen om met drie andere bewoners aan het werk te gaan en hun gedrag in kaart te brengen, om zo tot een beter zorg-aanbod te komen. Zo rolde ik als vanzelf in een specialisatie die vraagt om een eigen naam.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten